1507357
Docent: Arie de Jongh
Opdracht A: Analyse van twee reportages
Reportage 1
Tijdschrift: Revu
Onderwerp: Hoera! 10 jaar viagra!
Periode: 1 t/m 7 oktober 2008
Auteur: Ivo van Woerden




1. Gebruik van bronnen
Bron 1
Naam: Dries de Kaste
Functie: onderzoeker RIVM
Als bron gebruikt omdat hij onderzoek doet naar de ontwikkelingen in vervalste erectiemiddelen.
Commentaar van de bron op de manier waarop zijn opvattingen zijn weergegeven:
Vindt u dat u op een correcte wijze in de reportage terecht bent gekomen?
‘Ja, de journalist heeft mijn woorden goed weergegeven. Ik ben tevreden over het eindresultaat.’
Was het u duidelijk waarom u aan de productie meewerkte?
‘Omdat ik onderzoek heb gedaan naar illegale erectiemiddelen.’
Wist u om wat voor een productie het ging?
‘De journalist wilde een reportage maken over viagra omdat het medicijn inmiddels tien jaar in ons land verkrijgbaar is.’
Zijn er afspraken gemaakt over het inzien en eventueel veranderen van de tekst voor publicatie?
‘Ja, daar zijn afspraken over gemaakt. Nadat het stuk klaar was, heeft de journalist het naar mij gemaild. Ik was nog niet helemaal tevreden en heb de tekst op enkele punten gewijzigd. De journalist heeft die veranderingen doorgevoerd. Alles is in goed overleg gegaan.’
Bron 2
Naam: Rik van Lunsen
Functie: seksuoloog AMC Amsterdam
Als bron gebruikt omdat hij als seksuoloog veel van viagra afweet.
Commentaar van de bron op de manier waarop zijn opvattingen zijn weergegeven:
Vindt u dat u op een correcte wijze in de reportage terecht bent gekomen?
‘Ik ben niet ontevreden, maar dat wil niet zeggen dat ik het een goed stuk vind. Toen ik het stuk voor de eerste keer onder ogen kreeg, vond ik het een verkapte reclame voor viagra. Ik heb geprobeerd om er enige nuancering in aan te brengen. Volgens mij is dat aardig gelukt.’
Was het u duidelijk waarom u aan de productie meewerkte?
‘Ja, dat was mij duidelijk.’
Wist u om wat voor een productie het ging?
‘Ik wist dat het om een verhaal in de Revu ging ter gelegenheid van tien jaar viagra. Ik heb eraan meegewerkt om te voorkomen dat het een hallelujaverhaal zou worden.’
Zijn er afspraken gemaakt over het inzien en eventueel veranderen van de tekst voor publicatie?
‘Ik heb het stuk ingezien en er nog enkele nuances in aangebracht voordat het gepubliceerd werd.’
2. Functie van de tekst
De tekst vervult voornamelijk een informatiefunctie. Dat maak ik op uit de volgende passages:
In oktober 1998 werd viagra ook in Nederland geïntroduceerd. Sinds die tijd is viagra uitgegroeid tot een begrip. Inmiddels hebben 35 miljoen mannen wereldwijd baat gehad bij de blauwe pil.
Het lijkt aannemelijk dat het taboe rond erectieproblemen en het gebruik van viagra dan ook zo goed als niet meer bestaat. Toch leveren oproepjes op de forums van 50plusplein.nl, gezondheidsplein.nl, erectiestoornis.nl, margriet.nl en libelle.nl alleen maar lacherige reacties op.
Naast oorzaken als zenuwaandoeningen, suikerziekte, hart- en vaatziekten, roken en overgewicht, kunnen psychische klachten ook voor een ‘falend’ lid zorgen.
Het medicijn op zich is niet lustopwekkend, ondanks alle verhalen die daarover de ronde doen.
In 2000 concludeerde huisarts Bert Jan de Boer uit Maarssenbroek dat 16,8 procent van de Nederlandse mannen boven de 18 een erectieprobleem heeft en in aanmerking komt voor een erectiepil.
Viagra is vergeleken met andere erectiemiddelen als Levitra en Cialis de pil die het meest over de toonbank van de apotheek gaat. Toch valt er nog een hele markt te winnen voor de fabrikanten van erectiemiddelen.
Omdat het aanspreken van specialisten gênant is, zoeken mannen die het nodig denken te hebben hun toevlucht tot internet.
Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat 97 procent van de illegaal verkregen pillen niet echt zijn. Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat in potentieverhogende kruidenpreparaten als Sigra en Libidfit, die op internet worden aangeboden, ook de werkzame stoffen uit erectiepillen zijn aangetroffen, terwijl dat niet op de bijsluiter staat.
In het partycircuit moet men ook uitkijken voor het gebruik van andere drugs naast viagra. De combinatie tussen xtc en viagra wordt wel ‘sextacy’ genoemd en is niet geheel zonder gevaar.
Inmiddels is de Inspectie voor de Gezondheidszorg gestart met een opsporingsbureau voor illegale geneesmiddelen om op die manier met meer effect tegen de handel in illegale medicijnen te kunnen optreden.
Het is zaak de eigen prestaties en mogelijkheden niet te veel te vergelijken met wat via de media wordt voorgespiegeld.
De bovenstaande passages dienen om de lezer te informeren over viagra. Hieruit concludeer ik dat er nog een hoop onduidelijkheid bestaat over dit onderwerp.
Typerende citaten zijn:
‘Ik heb een aantal jaar zonder pillen seks gehad. Dat lukte wel, maar ik moest heel erg mijn best doen. Als ik eventjes één of twee minuten niet bij de les was, dan kon het alweer voorbij zijn. Heel frustrerend. Je wilt het juist ontspannen heel leuk hebben.’ (voormalig 3FM-dj en tv-presentator Marc de Hond)
‘Het middel heeft voor mannen gedaan wat de anticonceptiepil voor vrouwen is geweest.’ (mister Playboy Hugh Hefner)
‘Omdat ik een dwarslaesie heb, verwacht men dat dingen bij mij moeilijk gaan. Daar rust veel minder een taboe op dan bij mannen die op het eerste gezicht helemaal gezond zijn. Stel dat je over Thijs Römer hoort dat hij een erectieprobleem heeft, dan denk je toch: hij heeft een van de lekkerste vrouwen van Nederland. Wat is er mis met hem?’ (opnieuw De Hond)
‘Als we willen gaan vrijen, komt faalangst bij mij om de hoek kijken, gaat mijn hart tekeer en als ik al een erectie had, is hij snel weer in zijn schulp gekropen.’ (reactie op erectiestoornis.nl)
‘Zin, opwinding, stimulatie en de omstandigheden zijn nodig om een erectie te krijgen. Een erectiepil neem je in als je al actief bezig bent met het bouwen van een seksueel feestje. Bij bestaande erectieproblemen kan viagra dan de feestvreugde verhogen.’ (seksuoloog Rik Van Lunsen)
‘Het is nu de man die alvast met ‘hoofdpijn’ naar bed gaat.’ (huisarts Bert Jan de Boer)
‘De gebruikersgroep die zich tot het illegale circuit wendt, bestaat uit mannen die het willen gebruiken voor het partycircuit. Denk aan groepen die erom bekend staan regelmatig seks te hebben, zoals homoseksuelen en swingers.’ (RIVM-onderzoeker Dries de Kaste)
‘Vroeger bestelde je viagra en dan kwam het in een pakketje per post en was het verpakt in een plastic zakje. Nu worden de verpakkingen, bijsluiters en hologrammen die normaal op een verpakking zitten, heel goed nagemaakt. Op het eerste gezicht zie je geen verschil met het originele product.’ (opnieuw De Kaste)
‘XTC verhoogt de bloeddruk en laat het hart sneller kloppen. Viagra heeft juist het tegenovergestelde effect. Beide stoffen kunnen daarnaast elkaars afbraak in de lever beïnvloeden. Dit kan leiden tot gevaarlijk hoge concentraties van zowel xtc als viagra in het bloed.’ (opnieuw Van Lunsen)
‘Een erectiestoornis is tegenwoordig een signaal dat iemands bloedvaten in een slechte staat kunnen verkeren of dat een man mogelijk suikerziekte heeft zonder dat hij zich daarvan bewust is.’ (Pfizer-woordvoerder Jan Willem de Heer)
De informatiefunctie wordt volgens mij goed gebruikt omdat je als lezer een goed beeld krijgt van de ins en outs van viagra. Het onderwerp wordt vanuit verschillende invalshoeken belicht. Zo komen diverse bronnen aan het woord onder wie een huisarts, onderzoeker, seksuoloog en een woordvoerder van fabrikant Pfizer. Daarnaast komen verschillende ‘patiënten’ aan het woord. Na het lezen van het artikel heb je het idee dat je écht meer weet over het onderwerp. Ook de illustratie over de werking van viagra draagt hieraan bij.
3. Lezing van de tekst
Voorkeurslezing
De bedoeling van de schrijver van dit artikel is waarschijnlijk het onderwerp viagra, waar nog steeds een taboe op rust, op een luchtige manier onder de aandacht brengen van de mensen. Daarnaast lijkt het erop alsof de schrijver mensen met een erectieprobleem wil aansporen om een middel als viagra te proberen.
Dit maak ik op uit de volgende passages:
-1 oktober is dé pil tegen erectieproblemen tien jaar in ons land verkrijgbaar. Maar dat wil niet zeggen dat het taboe rond erectieproblemen niet meer bestaat.
-Eindelijk hoefden mannen met erectiestoornissen niet meer met een naald hun lid te injecteren om hem overeind te krijgen. Er was alleen nog maar een blauwe, diamantvormige pil voor nodig om hun mannelijkheid letterlijk en figuurlijk (weer) op te krikken.
-Het lijkt aannemelijk dat het taboe rond erectieproblemen en het gebruik van viagra dan ook zo goed als niet meer bestaat. Toch leveren oproepjes op de forums van 50plusplein.nl, gezondheidsplein.nl, erectiestoornis.nl, margriet.nl en libelle.nl alleen maar lacherige reacties op.
Onderhandelingslezing
Als ik de bedoeling van de schrijver combineer met mijn eigen kennis en ervaring constateer ik dat er inderdaad nog steeds een taboe rust op dit onderwerp. Het is niet voor niets dat de namen van enkele bronnen zijn gefingeerd om privacyredenen. Mensen praten nu eenmaal niet graag over hun seksleven, laat staan over erectieproblemen. Ik denk dat veel mensen niet goed weten wat een middel als viagra voor hen kan betekenen, omdat er dus niet over gesproken wordt.
Tegendraadselezing
De schrijver mag dan wel beweren/suggereren dat viagra alleen bij erectieproblemen wordt toegepast, maar dit hoeft helemaal niet het geval te zijn. Het middel wordt namelijk ook, of misschien wel vooral, gebruikt om tot betere prestaties in bed te komen. Zo wordt de blauwe, diamantvormige pil onder meer gebruikt door pornoacteurs en door groepen die regelmatig seks met elkaar hebben, zoals homoseksuelen en swingers.
4. Beeldvorming
-Geef vier concrete voorbeelden van zinnen die stereotypend werken en geef aan welke vorm van beeldvorming het betreft.
‘Stel dat je over Thijs Römer hoort dat hij een erectieprobleem heeft, dan denk je toch: hij heeft een van de lekkerste vrouwen van Nederland. Wat is er mis met hem?’ (primitiveren)
Na het innemen van de blauwe pil kan iemand ook gewoon nog over straat, zelfs zonder het moeten verbergen van een ongemakkelijke ‘tent’. (dramatiseren)
‘Het is nu de man die alvast met ‘hoofdpijn’ naar bed gaat.’ (debiliseren)
‘Als er één groep is die viagra heeft omarmd, zijn het pornoacteurs.’ (generaliseren)
-Geef aan op welke wijze de bij de reportage geplande foto’s een bijdrage leveren aan het proces van beeldvorming.
Eén van de bronnen die in het stuk wordt opgevoerd, is dwarslaesiepatiënt Marc de Hond. Op de foto poseert hij voor zijn rolstoel. Hierdoor kun je als lezer het idee krijgen dat alle mannen in een rolstoel viagra gebruiken of dat viagra bedoeld is voor mannen met een lichamelijke handicap. Maar dit slaat natuurlijk nergens op. Er zijn genoeg ‘gezonde’ mannen die het middel gebruiken om hun seksleven op te peppen. Ik vind dan ook dat deze foto een verkeerde bijdrage levert aan het proces van beeldvorming.
-Geef voor alle bovengenoemde voorbeelden alternatieven.
‘Stel dat je over Thijs Römer hoort dat hij een erectieprobleem heeft, dan sta je even raar te kijken. Hij heeft toch een van de lekkerste vrouwen van Nederland.’
Na het innemen van de blauwe pil kan iemand ook gewoon nog over straat, zonder dat hij met een stijve rondloopt.
‘Het is nu de man die eerder naar bed gaat, omdat hij zich schaamt voor zijn erectiestoornis.’
‘Veel pornoacteurs maken gebruik van viagra.’
Commentaar
Na lang zoeken kwam ik uiteindelijk uit bij de reportage over viagra. Ik vind het een goede reportage. In de eerste plaats is het onderwerp op een prettige manier geschreven. Hierdoor is het, denk ik, voor een grote groep mensen toegankelijk. Het onderwerp wordt op luchtige wijze onder de aandacht gebracht. Er is een goede afwisseling tussen informatie en citaten. Ik denk dat het verhaal voor veel mensen verhelderend zal werken. Althans, dat was voor mij wel het geval. Wat ik goed vind aan de reportage is, dat het onderwerp vanuit verschillende invalshoeken wordt belicht. In het stuk worden meerdere bronnen opgevoerd. Zo komen mensen met een erectiestoornis aan het woord, maar ook een huisarts, seksuoloog en iemand die onderzoek doet naar vervalste erectiemiddelen. Naar mijn mening is het een zeer compleet verhaal waarin eigenlijk iedereen wel aan bod komt. Ook de kaderstukken voegen mijns inziens écht iets toe. Met name het stuk over de werking van viagra vind ik erg goed. Over de foto’s ben ik minder te spreken, want die voegen nauwelijks iets toe aan het verhaal.
Reportage 2
Programma: Nova/Den Haag vandaag
Onderwerp: Banenplan: ‘Zo eenvoudig kan het’
Datum: 6 oktober 2008
Duur: +/- 10 min.
Makers: Mirjam Bartelsman en Carin Schipper
1. Gebruik van bronnen
Bron 1
Naam: Hennie van der Most (via Ingrid Assen, PA Hennie van der Most)
Functie: ondernemer
Als bron gebruikt omdat hij de grote initiator is van het banenplan.
Commentaar van de bron op de manier waarop zijn opvattingen zijn weergegeven:
Vindt u dat u op een correcte wijze in de reportage terecht bent gekomen?
‘Ik ben daar heel tevreden over. Alles is goed in beeld gebracht.’
Was het u duidelijk waarom u aan de productie meewerkte?
‘Ja, de makers hebben uitgelegd wat hun plannen waren. Ze wilden een reportage maken over het banenplan.’
Wist u om wat voor een productie het ging?
‘Ja, ik wist dat het om een reportage zou gaan voor Nova.’
Zijn er afspraken gemaakt over het bekijken en eventueel veranderen van de reportage voor uitzending?
‘Nee, daar waren geen afspraken over gemaakt. Ik vertrouwde op de kundigheid van de makers.’
Bron 2
Naam: Frank Rekers
Functie: eigenaar reïntegratiebureau
Als bron gebruikt omdat hij eigenaar is van een reïntegratiebureau. Rekers is ervoor verantwoordelijk dat werklozen weer aan het werk gaan. Ook heeft hij veel kennis over de arbeidsmarkt.
Commentaar van de bron op de manier waarop zijn opvattingen zijn weergegeven:
Vindt u dat u op een correcte wijze in de reportage terecht bent gekomen?
‘Nee, in de reportage worden reïntegratiebureaus neergezet als zinloze organisaties. Maar dat beeld klopt van geen kanten. Wij zorgen er juist voor dat werklozen weer uitzicht hebben op een baan. Ik vind dan ook dat de reportage meer weg heeft van een promotiefilm voor het banenplan. De objectiviteit is ver te zoeken.’
Was het u duidelijk waarom u aan de productie meewerkte?
‘Er is mij verteld dat ze het banenplan van Hennie van der Most wilden afzetten tegen een reïntegratiebureau, zodat het plan er nog beter uit zou komen te zien.’
Wist u om wat voor een productie het ging?
‘Ik wist dat het om een reportage over het banenplan ging.’
Zijn er afspraken gemaakt over het bekijken en eventueel veranderen van de reportage voor uitzending?
‘Er waren inderdaad afspraken gemaakt over het vooraf bekijken van de reportage, maar helaas is het er nooit van gekomen.’
2. Functie van de tekst
De reportage vervult voornamelijk een expressiefunctie. De politiek/overheid worden geïnformeerd over wat er onder de bevolking leeft. Dat maak ik op uit de volgende passages:
-‘Dankzij het banenplan van Van der Most heb ik weer een nieuwe baan. ‘Hiervoor heb ik twaalf jaar bij Defensie gewerkt, bij de luchtmacht. Omdat vliegbasis Twente dicht moest, zat ik opeens zonder werk. Toen heb ik nog een aantal keer geprobeerd om te solliciteren. Maar telkens word je afgewezen, omdat je er te lang uit bent geweest.’ (Christian Navarro, 36)
-‘Ik denk dat hij één van de eerste werkgevers is die zegt: ik geef jou een eerlijke kans. Ik werk de eerste 3 maanden met behoud van mijn uitkering.’ (André Jagt, 44)
-‘Ik heb zelf iemand in dienst die zes jaar thuis zat; die functioneert gewoon super. Ik ben er trots op dat hij hier loopt.’ (Hennie van der Most, ondernemer in Twente)
-‘Ik wil graag aan het werk en ik ben erg gemotiveerd. Ik pak van alles aan, ik denk dan ook dat het probleem niet bij mij ligt.’ (Jessica Veldhoen, werkzoekende)
-‘Mensen moeten weer ’s morgens om acht uur in de kantine zitten tussen de mensen. Hun sociale leven oppakken, want daar ligt het probleem.’ (Van der Most)
Bovendien vervult de reportage een informatiefunctie. Dat maak ik op uit de volgende passages:
-Volgens de laatste cijfers telt Nederland op dit moment ruim 420.000 werkzoekenden.
-Volgens ondernemer Hennie van der Most kunnen zeker 1000 Twentse werklozen in korte tijd aan het werk worden geholpen.
-‘We zijn een paar maanden geleden begonnen. Van de 150 mensen die aan het werk zijn, hebben er inmiddels 45 een vast contact gekregen.’ (Van der Most)
-‘Alleen al in zijn eigen indoor-pretpark in Almelo heeft topondernemer Hennie van der Most 9 mensen aan het werk via zijn banenplan. Het recept is simpel: 3 maanden werk met behoud van uitkering en bij gebleken succes een vast contract.’ (voice-over)
-‘Van der Most werkt samen met het CWI Enschede, waar 15.000 werklozen staan ingeschreven.’ (voice-over)
-‘In het CWI zit ook een reïntegratiebureau. Daar worden werklozen geplaatst die niet meteen werk kunnen vinden. Nederland telt meer dan 2000 reïntegratiebureaus. De kosten voor de overheid bedragen zo’n twee miljard euro. Volgens onderzoek van het SCP is niet of nauwelijks aan te tonen dat deze bureaus effect hebben.’ (voice-over)
Tot slot vervult de reportage ook nog een kritiekfunctie. Dat maak ik op uit de volgende passages:
-‘Onzin. Dat hele reïntegratiegebeuren is mislukt. We moeten mensen direct aan het werk helpen.’ (VVD-leider Mark Rutte)
-‘De sector is mislukt, terwijl er zoveel geld in omgaat. Ik zie maar één oplossing: de sector opnieuw opzetten en alles wat er nu is om zeep helpen.’ (Rutte)
De expressiefunctie wordt volgens mij goed gebruikt omdat er een maatschappelijk probleem (werklozen die moeilijk aan het werk komen) onder de aandacht van de politiek/overheid wordt gebracht. De reportage laat duidelijk zien wat er onder deze groep leeft. De informatiefunctie wordt volgens mij ook goed gebruikt omdat het item veel (nieuwe) informatie bevat, onder meer over het banenplan. De kritiekfunctie wordt volgens mij slecht gebruikt; Rutte levert kritiek op de reïntegratiebureaus, maar hij laat in het midden wat er dan niet goed aan is. Als er iets niet deugt, wil ik als kijker weten wat er dan niet aan deugt.
3. Lezing van de tekst
Voorkeurslezing
De bedoeling van de schrijver van dit artikel is waarschijnlijk dit maatschappelijke probleem onder de aandacht van de bevolking brengen. Een Twentse ondernemer claimt dé oplossing te hebben voor het werklozenprobleem. In de reportage legt de ondernemer uit wat zijn zogeheten banenplan precies inhoudt. Ook komen verschillende betrokkenen aan het woord.
Dit maak ik op uit citaten als: ‘Iedereen die wil, kan aan het werk. Daar ben ik honderd procent van overtuigd.’ (Ondernemer Hennie van der Most)
Onderhandelingslezing
Als ik de bedoeling van de schrijver combineer met mijn eigen kennis en ervaring constateer ik dat het vinden van een baan inderdaad erg lastig kan zijn. Zeker wanneer het minder gaat met de economie. Toch kan ik mij wel vinden in de uitspraak van Van der Most: ‘Iedereen die wil werken, kan aan de slag. Het belangrijkste is motivatie en enthousiasme.’
Tegendraadselezing
De schrijver mag dan wel beweren/suggereren dat iedereen die wil werken aan de slag kan, maar dit is zeker niet op iedereen van toepassing. Zo zullen er altijd mensen zijn die écht niet in staat zijn om te werken, zoals mensen met een handicap of een chronische aandoening. Dan kun je wel zeggen dat deze mensen moeten werken, maar dit is natuurlijk niet reëel. Ik vind dat je altijd moet kijken naar wat mensen wel kunnen in plaats van wat ze niet kunnen.
4. Beeldvorming
-Geef vier concrete voorbeelden van zinnen die stereotypend werken en geef aan welke vorm van beeldvorming het betreft.
‘Iedereen die dat wil kan aan het werk.’ (generaliseren)
‘Het hele reïntegratiegebeuren is mislukt.’ (dramatiseren)
‘Ik zie maar één oplossing: de hele sector opnieuw opzetten en wat er nu is om zeep helpen.’ (problematiseren)
‘Werkgevers smachten om mensen.’ (generaliseren)
-Geef aan op welke wijze de bij de reportage geplande beelden een bijdrage leveren aan het proces van beeldvorming.
De reportage is voor een deel opgenomen in het indoor-pretpark van Hennie van der Most in Almelo. Je ziet hier een aantal werknemers die via het banenplan aan het werk zijn. Zij bedienen de kermisattracties. Hierdoor kun je als kijker het idee hebben dat werklozen alleen maar geschikt zijn voor laaggeschoold werk, maar dit is natuurlijk onzin. Onder werklozen kunnen zich ook hoogopgeleide mensen bevinden.
-Geef voor alle bovengenoemde voorbeelden alternatieven.
‘Mensen die gemotiveerd zijn, kunnen zo aan het werk.’
‘Het reïntegratietraject werkt nog niet naar behoren.’
‘Ik zie maar één oplossing: de reïntegratiesector herstructureren.’
‘Veel werkgevers zitten verlegen om mensen.’
Commentaar
Ik vind de reportage ‘Banenplan: zo eenvoudig kan het’ erg goed. Het is een gecompliceerd onderwerp, maar ik vind dat de makers het op een begrijpelijke manier in beeld hebben gebracht. De reportage duurt slechts 10 minuten, maar er komen toch verschillende bronnen aan het woord. Aan bod komen mensen die via het banenplan aan het werk zijn, een werkzoekende, de initiator achter het banenplan, de vestigingsmanager van het CWI Enschede en een eigenaar van een reïntegratiebureau. Doordat het onderwerp uit verschillende invalshoeken wordt belicht, krijg je als kijker een goed beeld van wat er allemaal speelt. Ik vind het knap dat de makers het onderwerp in zo’n kort tijdsbestek uiteen hebben kunnen zetten. Daarnaast hebben ze zich gehouden aan het hoor- en wederhoor principe.
Opdracht B: SWOT-analyse
Onderwerp: de vervanging van de papierenkrant door een krant op internet
Strengths
Een krant op internet heeft een aantal voordelen ten opzichte van de papieren versie. Zo is er een groot verschil wat betreft de actualiteit van de getoonde informatie. Als er bij wijze van spreken nu iets zou gebeuren, kan dat een paar minuten later al op het internet worden gepubliceerd. Bij een papierenkrant is dit niet het geval, waardoor het nieuws vaak op het moment van verschijnen alweer verouderd is. Verder heeft een internetkrant meer multimediale mogelijkheden in vergelijking met een “normale” krant. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan videobeelden en audio-opnames. Je ziet al dat steeds meer kranten op internet gebruik maken van de mogelijkheden die het medium te bieden heeft. Hierdoor onderscheiden ze zich van de papieren versie. Een ander sterk punt van een krant op internet is de interactiviteit. Hierdoor voelen mensen zich eerder bij het nieuws betrokken. De interactiviteit komt vaak tot uitdrukking in de vorm van een reactiesysteem. Bezoekers kunnen dan reageren naar aanleiding van een nieuwsbericht. Dit resulteert in veel gevallen in een discussie, die nog wel eens verrassende uitkomsten oplevert. De meeste papierenkranten bevatten wel een lezerspagina met ingezonden brieven, maar dat kun je nauwelijks interactief noemen. Bovendien heeft een internetkrant een grotere bereikbaarheid dan zijn papieren tegenhanger. Iedereen met een internetverbinding kan immers een krant op internet lezen. Waar je ook bent, de krant is altijd beschikbaar. De papierenkrant is daarentegen wel plaatsgebonden. Tot slot is een krant op internet minder belastend voor het milieu. Omdat er steeds meer aandacht uitgaat naar het milieu, lijkt me dit geen onbelangrijk aspect.
Weaknesses
Een internetkrant heeft ook een aantal zwakke punten. Zo heeft niet iedereen de beschikking over een internetaansluiting. Vooral oudere mensen hebben vaak niet de beschikking over internet, dus die groep valt al af. En dat zijn over het algemeen toch de mensen van wie de kranten het moeten hebben. Dit betekent dat het voor sommige adverteerders minder interessant is om een advertentie op de site te plaatsen. Het gevolg laat zich makkelijk raden: minder advertentie-inkomsten. En laat dat nu net de belangrijkste bron van inkomsten zijn voor internetkranten. Daarnaast is het lezen van met name grote verhalen vanaf een beeldscherm verre van ideaal. Naar mijn mening is internet niet geschikt voor alle journalistieke genres. Ik denk dan vooral aan reportages en achtergrondverhalen. Het lezen vanaf een beeldscherm wordt door veel mensen als vermoeiend ervaren. Hierdoor komen deze genres minder goed tot hun recht. Ook een zwak punt van een internetkrant is, dat je ‘m niet overal mee naartoe kunt nemen. Het is heel simpel: is er geen computer met internet, dan kun je de krant niet lezen. Vooral mensen die veelvuldig gebruikmaken van het openbaar vervoer worden hierdoor getroffen. Maar bijvoorbeeld ook werknemers die in de pauze de krant willen lezen. Want in de meeste kantines is er geen internet. Ik denk dan ook dat de papierenkrant nooit helemaal zal verdwijnen, want mensen willen gewoonweg een krant vast kunnen houden.
Opportunities
Om erachter te komen waar de kansen liggen voor een internetkrant, is de volgende vraag van belang: Wat is de toegevoegde waarde van een krant op internet vergeleken met een papierenkrant? Ik denk dat er voor internetkranten zeker kansen liggen op het gebied van interactiviteit. Ik vind dat lezers nu onvoldoende bij de inhoud van de krant worden betrokken. Een aantal onlinekranten hebben wel een reactiesysteem, zodat mensen een reactie kunnen plaatsen naar aanleiding van een artikel. Maar daar blijft het dan ook bij. En dat terwijl de lezers juist het bestaansrecht zijn. Het internet leent zich uitstekend voor civil journalism en dat mis ik bij de huidige onlinekranten. Ik denk dan ook dat er op dit vlak nog veel winst te boeken is. Ook op multimediaal gebied moet een internetkrant zich, nog meer dan nu het geval is, onderscheiden van een papierenkrant. Ik denk hierbij vooral aan beeldmateriaal, geluidsopnames en hyperlinks om het betreffende verhaal te ondersteunen.
Uit gegevens van het CBS blijkt dat over de periode 2005 – 2007 het aantal personen dat toegang tot internet heeft, is gestegen van 83 procent tot 88 procent. Steeds meer Nederlanders weten de weg naar de digitale snelweg te vinden en dit aantal neemt gestaag toe. Dit is een gunstige ontwikkeling voor internetkranten; mensen die toegang hebben tot internet zullen immers sneller geneigd zijn de krant online te lezen (gemak dient de mens). Kortom: naarmate het aantal internetters stijgt, neemt het aantal potentiële lezers toe. Het is dan nog wel zaak voor de internetkrant om deze lezersgroep naar zich toe te trekken.
Threats
Er zijn ook een aantal bedreigingen voor internetkranten. Ten eerste is er de moordende concurrentie van nieuwssites, waardoor het voor een onlinekrant moeilijk wordt om een positie te verwerven in de digitale wereld. Een van de meest bekende is Nu.nl, maar er zijn talloze andere nieuwssites. Simpel gezegd is Nu.nl een veredelde ANP feed, niets meer en niets minder. Dat dit zonder meer een goed concept is, blijkt wel uit het aantal opgevraagde pagina’s (http://www.nu.nl/info.jsp?n=426852&c=70). Zo was 4 februari 2008 de drukste dag tot nu toe, het aantal pageviews was toen 19.189.517
Dit zijn aantallen waar onlinekranten jaloers op zijn. Ter vergelijking: op een willekeurige dag komt het gemiddeld aantal pageviews van Telegraaf.nl niet boven de vier miljoen uit. Hieruit blijkt wel dat een internetkrant het aflegt tegen sites als nu.nl, fok.nl, maar bijvoorbeeld ook geenstijl.nl. Ook de opkomst van nieuwsdiensten via andere media vormen een bedreiging. Hierbij kan gedacht worden aan mobile journalism. Internetkranten ondervinden uiteraard hinder van deze nieuwe vormen van journalistiek. Bovendien kan de vervanging van een papierenkrant door een krant op internet een potentieel verlies aan arbeidsplaatsen opleveren. Voor het vervaardigen van een papierenkrant zijn normaliter veel mensen van verschillende disciplines benodigd. Het onderhouden van een internetkrant gebeurt meestal door een webredactie. Een kenmerk van nieuws dat op internet wordt gepubliceerd, is de snelheid waarmee dat gebeurt. Dit kan de geloofwaardigheid van een onlinekrant in gevaar brengen. Want hoe vaak komt het niet voor dat een artikel na plaatsing alsnog wordt aangepast? Inderdaad, te vaak.
Commentaar
Ik vind onlinekranten een goede ontwikkeling. Internet is een snel medium en het nieuws is vrijwel altijd up-to-date. Ik zelf maak dan ook graag gebruik van internetkranten. Twee sites die ik persoonlijk erg goed vind, zijn ad.nl en telegraaf.nl. Deze sites zijn overzichtelijk, multimediaal en interactief. Dit zijn de ingrediënten die een onlinekrant volgens mij moet hebben. De site van het AD vind ik vooral goed vanwege het regionale nieuws. Ook brengt deze site serieuzer nieuws dan die van de Telegraaf en is hij wat minder schreeuwerig. De site van de Telegraaf vind ik dan wel weer prettig vanwege de luchtigere onderwerpkeuze en het spraakmakende nieuws. Naar mijn mening moet een internetkrant vooral worden gezien als een verlengstuk van de papieren versie en niet als substituut. Beide media hebben sterke en minder sterke punten. Voor nieuwsberichten en nieuwsverhalen is internet een zeer geschikt medium. Maar voor reportages, analyses en achtergrondverhalen geef ik de voorkeur aan een papierenkrant. Mijn verwachting is dat er in het medialandschap altijd wel plek zal zijn voor een papierenkrant, omdat mensen er nu eenmaal behoefte aan hebben. Toch voorziet ook een internetkrant in een behoefte. De vervanging van de papierenkrant door een krant op internet, daar geloof ik niet zo in. Ik zie veel meer in een combinatie van deze twee; de internetkrant voor het laatste nieuws en de papieren versie voor de achtergronden bij het nieuws.
2 opmerkingen:
formidabel
Neem ook es een kijkje op www.swingstar.eu (www.swingstar.be voor België), deze gratis site is het summum in swingersland en heeft leden uit België, Nederland, France,...
www.swingstar.eu kan je vergelijken als de Facebook voor Swingers.
Een reactie posten